Skip to content

Samenwerking in de Europese Unie

Naar succesvolle samenwerking in een paar stappen

1 Succes

Samenwerking is alleen maar goed te organiseren als je een duidelijk beeld hebt van succes. Gek genoeg kunnen de meeste managers de vraag: “Wanneer ben jij succesvol? niet goed beantwoorden. Laten we als voorbeeld eens de Europese Unie nemen, die kent iedereen. Het antwoord voor de EU zou kunnen zijn: De EU is succesvol als de Europeanen zo veel mogelijk welvaart ervaren. Let wel, we blijven, om bepaalde redenen, weg van meetbare doelen. Optimaal, dus afhankelijk van de omstandigheden.

En ja, we gaan vooralsnog een heleboel heikele vragen uit de weg:

  • Wanneer hoort een land wel of niet bij de EU?
  • Hoe verhouden de welvaart van het heden en de welvaart in de toekomst zich met elkaar?
  • Wat is een eerlijke verdeling van de welvaart tussen landen of tussen inwoners van die landen, bijvoorbeeld tussen harde werkers en luilakken?
  • Welke mensen horen wel en niet bij de EU?
  • Als we die welvaart heel erg ten koste van anderen behalen, gaat dat gevoel dan ten koste van onze welvaart?
  • Enzovoort…

Als voorbeeld gebruiken we de EU, maar dit geldt net zo goed voor een voetbalteam of een huwelijk… Of wat voor doelgerichte samenwerking ook.

2 Individueel succes

Een samenwerkingsbestand bestaat altijd uit individuen. Dat kunnen personen, afdelingen, bedrijven en landen zijn. Een individu is hier dus een deelnemer in de samenwerking. De vraag is hier: Wat is de toegevoegde waarde van dit individu en hoe zorgen we er voor dat het succes van dat individu zo veel mogelijk samenvalt met het gezamenlijk succes. In de kern levert dit een rolverdeling op. Als iemand zijn rol goed invult, draagt hij bij aan het gezamenlijk succes en deelt hij in het gezamenlijk succes. Het individueel succes van een enkel land is dan: Zoveel mogelijk welvaart voor de inwoners van het land. en de toegevoegde waarde is misschien van ieder land wel anders. En misschien niet. Reden te meer om het van te voren goed af te spreken.

3 Gezamenlijk belang

Om te voorkomen dat iedereen elkaar, op jacht naar individueel succes, in de weg loopt, moet je goed nadenken over het gezamenlijk belang. Dat moet je om te beginnen eerst maar eens benoemen. Wat is dat gezamenlijk belang eigenlijk? Is dat dat we elkaar de ruimte moeten geven of vergt het juist een specifiek soort samenwerking? In de EU zou dat kunnen zijn dat we elkaar door moeilijke tijden helpen, dat we dan solidair zijn. Andere kant van de medaille is dan ook dat we allemaal op een vergelijkbare manier aan die gezamenlijke welvaart bijdragen. We mogen dus in twee opzichten eisen stellen aan elkaar: Samen bijdragen aan het succes, allemaal werken dus, en solidariteit bij tegenslag.

4 Balans

We hebben nu al een heleboel  peilers van succes, individueel succes van alle individuen en het gezamenlijk belang. Voor ons succes moet er een goede balans zijn tussen het individueel succes van de deelnemers en het gezamenlijk belang. Dat is lastig, omdat die balans erg afhankelijk is van de omstandigheden. Als er veel kansen zijn, of als er veel kansen moeten worden benut, dan moeten de individuen veel ruimte krijgen en dan mag het gezamenlijk belang niet te veel in de weg lopen. Als er juist veel bedreigingen of risico;s zijn, dan moeten we het gezamenlijk belang extra sterk aantrekken.

Bij de EU zou je bijvoorbeeld kunnen constateren dat we financieel, economisch, militair en op het gebied van misdaadbestrijding heel erg nauw moeten samenwerken, en dat we alleen maar Europese grenzen hebben (Schengen), maar dat we op alle andere gebieden vooral niets samen moeten doen, daar moeten we de lidstaten (zo heten de landen in de EU) vooral zo veel mogelijk hun gang laten gaan.

Eigenlijk hebben we nog niet zo heel veel gedaan en tegelijkertijd hebben we wel een duidelijke richting ingeslagen. We zijn misschien al verder dan de echte EU! Maar toch is dit nog maar het begin.

5 Rolverdeling

Als we van iedereen weten waar hij/zij goed in is, dan kunnen we de samenwerking zo inrichten dat we de samenwerking zo inrichten, dat we die kwaliteiten optimaal benutten. In een voetbal staat de één niet toevallig linksachter en de andere rechtsvoor, maar dat is het gevolg van de kwaliteiten van iedere speler. Als we op deze manier naar iedereen kijken, kunnen we komen tot een goede rolverdeling. Het mooie van een rolverdeling: Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt en iedereen weet wat zij van de anderen mag verwachten.  Een rolverdeling maakt de samenwerking min of meer voorspelbaar.

Natuurlijk zijn alle lidstaten in zekere zin hetzelfde en hebben ze een vergelijkbare bijdrage aan het gezamenlijke succes. Dat hebben we al in §2 gezien. Maar de samenwerking wordt nog veel beter als we de individuele talenten zo goed mogelijk benutten. In de EU hebben we officieel allemaal dezelfde rol. We zijn allemaal lid. Maar er zijn meer rollen. Duitsland en Frankrijk nemen het voortouw, dat geeft andere rechten en andere plichten. En sinds de eurocrisis hebben we weer nieuwe rollen: Die van sterke landen en die van zwakke landen. Sommige van die rollen zijn officieel en sommige zijn  officieus en hoe beter we die rollen snappen, hoe voorspelbaarder het gedrag wordt van individuen/landen die zo’n rol spelen. En hoe beter we in staat zijn van iedereen de kenmerken en de toegevoegde waarde te formuleren, hoe beter we de rollen kunnen verdelen en de samenwerking kunnen inrichten. Maar om te beginnen moeten we maar eens vaststellen uit welke spelers “team Europa” eigenlijk bestaat: de landen, de besturingsvormen, de Europese Bank, Europese instellingen… en wat is eigenlijk van elk de toegevoegde waarde? Het is moeilijk samenspelen als we dat niet weten.

Kwaliteit

Het individueel succes is gebaseerd op een aantal kritieke succesfactoren. Als je ze allemaal goed doet, heb je per definitie succes, als je er eentje niet haalt, heb je ook per definitie geen succes. Op dezelfde manier kun je het gezamenlijk belang opdelen in wat de Engelsen guiding principels noemen en wij vaak normen en waarden. Zij vormen de invulling van het gezamenlijk belang. Kritieke succes factoren en normen en waarden zijn allebei kwalitatief. Ze zijn niet meetbaar, maar wel toetsbaar. En ze vormen de kwalitatieve vertaling van individueel succes en gezamenlijk belang. Kritieke succes factoren en normen en waarden zijn bovendien keuzen. Zó denken wij dat te bereiken.

In de Europese Unie zouden gezonde financiën en mensenrechten kritieke succesfactoren van een land kunnen zijn. Ze dragen bij aan het individueel belang en via dat individueel dragen ze bij aan het gezamenlijk succes. Open grenzen, één economische unie, de belofte om elkaar in nood bij te staan en één buitenlands beleid zouden normen en waarden van de EU kunnen zijn. Ze dragen bij aan het gezamenlijk succes, al kunnen ze (op zekere momenten) ten koste gaan van het individueel succes van een paar lidstaten.

Kwantiteit

Elke kritieke succes factor kun je meten, in één of meer Key Performance Indicators (KPI‘s), en alle normen en waarden kun je concretiseren in spelregels. KPI’s en spelregels zijn concreet, tastbaar en meetbaar.

In de EU is de rente op staatsleningen een mooie KPI, maar ook het begrotingstekort of de werkloosheid. Duidelijk meetbaar en duidelijke indicatoren van de bovenliggende kritieke succesfactor. Op dezelfde manier is de bijdrage van ieder land aan de gezamenlijke pot een spelregel, net als de gezamenlijke invoering van de euro. Dat laatste is zelfs een complexe constuctie, een heleboel spelregels bij elkaar. Concreet, tastbaar en meetbaar.

Sancties

Als je wilt dat individuen zich aan spelregels houden of als je wilt dat ze hun doelen halen, dan kun  je dat natuurlijk bevorderen met sancties. Positieve sancties (beloningen, bonussen, promoties, schouderklopjes, …) als iemand het goed doet, en negatieve (straf, boetes, degradaties, verwijten, …) als iemand het slecht doet. Sancties zorgen er voor dat mensen zich zo letterlijk mogelijk aan de spelregels houden en dat ze hun doelen zo letterlijk mogelijk nastreven.

In de EU worden negatieve sancties veelvuldig toegepast en nog veel vaker wordt er mee gedreigd. Je kunt voor van alles een boete krijgen en soms worden die ook daadwerkelijk toegepast. Positieve sancties worden veel minder toegepast en als dat gebeurt is het meestal ook nog eens officieus. Als je goed meedoet als land, krijg je betere posten, bijvoorbeeld.

9 Drijfveren

Op deze manier hebben we nu een piramide geconstrueerd: rolverdeling – kwaliteit – kwantiteit – sancties.  Van boven naar beneden wordt de bijdrage aan het succes steeds specifieker, en steeds dwingender. De piramide geeft vier niveau’s weer, vier niveau’s om de samenwerking vorm te geven. De drijfveren van een individu om bij te dragen aan het succes kun je hiermee in vier soorten verdelen: Een rol invullen, kwaliteit leveren, kwantiteit leveren of sanctie nastreven of vermijden. Hoe hoger de volwassenheid en de loyaliteit naar het gezamenlijk succes, hoe hoger de drijfveren van het individu in de piramide:

9a Partnerschap

Zo goed mogelijk vanuit een rol bijdragen aan het succes, dat is wat wij in het spraakgebruik partnerschap noemen. Alle individuen richten zich op hun bijdrage aan het succes en vanuit dat idee van succes bepalen ze wat ze gaan doen. Voor iedereen staat het succes boven alles. Niet de afspraken bepalen het gedrag, maar vanuit de rol bijdragen aan het succes. Echt partnerschap. Partnerschap vergt een zekere mate van volwassenheid, maar vooral veel loyaliteit. Partnerschap is nodig om dynamiek te bestrijden. Hoe groter de dynamiek, hoe belangrijker het is dat we op basis van een duidelijke richting ondernemerschap vertonen. Vanuit onze rol adequaat reageren op de veranderingen en op het onverwachte. Partnerschap vertaalt volwassenheid en loyaliteit naar de juiste reactie op dynamiek.

Op dit moment is de dynamiek rondom Europa heel erg groot. Dynamiek kun je eigenlijk alleen maar weerstaan met partnerschap en voor partnerschap hebben we volwassenheid en loyaliteit nodig. Precies daarom duurt de eurocrisis zo lang. De dynamiek is groot en we hebben te weinig partnerschap. Om dat op te bouwen hebben we volwassen leiders nodig die samen loyaal zijn naar Europa. Ga er maar aan staan!

In zekere zin mag je het gedrag van de Merkozy (en nu Merkande?) partnerschap noemen. Samen proberen ze Europa door de crisis te loodsen en daarbij worden ze niet (heel erg) geleid door plat eigenbelang. Het lange-termijn-belang van Europa staat voorop en daarmee het succes van Europa. Natuurlijk vanuit het besef dat het voortbestaan van Europa ook in het belang is van Duitsland en Frankrijk, maar desalniettemin: Het succes van Europa staat voorop. Partnerschap.

9b Vakmanschap

Kwaliteit leveren, dat noemen we vakmanschap. Kwaliteit is fit for purpose, het moet aansluiten bij het doel. en dat is precies wat een vakman doet. Een vakman vraagt nooit “Wat wil je hebben?”, maar altijd “Waar is het voor?”. Dan maakt hij wel uit uit het er uit ziet. Fit for purpose, uiteraard. Het is pas kwaliteit als het bijdraagt aan hey succes. VakmanschapPartnerschap vergt een zekere mate van volwassenheid, maar vooral veel loyaliteit. Vakmanschap is nodig om complexiteit te bestrijden. Hoe complexer het probleem, hoe belangrijker het is dat we onze beste vakmensen inzetten. Volwassen vakmanschap is in staat het juiste antwoord te vinden op complexiteit: eenvoud.

Kwaliteit is in Europa zeldzaam geworden, maar het komt wel voor. Tegenwoordig willen we alles meetbaar maken en dan kom je uit op kwantiteit. De maatregelen die worden genomen om de eurocrisis te bezweren, worden meestal wel op kwaliteit beoordeeld: Op hun effect. Fit for purpose. En daar is vakmanschap voor nodig. Vakmanschap vergt een zekere mate van loyaliteit, maar vooral veel volwassenheid. In het uitvoeren van je vak. Vakmanschapschap is nodig om complexiteit te bestrijden. Hoe groter de complexiteit, hoe belangrijker het is dat we vakmanschap inzetten. De beste mensen inzetten waar de problemen het grootst zijn. Dat doen we in Europa lang niet altijd. We kijken te veel naar een eerlijke verdeling tussen de lidstaten. Zitten er wel voldoende Nederlanders op belangrijke posities. Zijn ze wel van de goede partij? Als Nederland het beste voor heeft met Europa stoppen we met dat gedrag. De beste (vak)mensen op de belangrijkste posities. Of daar nou Nederlanders tussen zitten of niet.

9c Betrouwbaarheid

Als we kwantitatieve doelen en kwantitatieve spelregels gaan nastreven, dan raken we de koppeling met het succes kwijt. We kijken niet meer of we met ons gedrag bijdragen aan het succes. Dat laten we aan iemand anders over, aan degene die die doelen en spelregels formuleert. Bij samenwerking op basis van betrouwbaarheid staan de afspraken bovenaan. Afspraak = afspraak. En of dat de goede afspraken zijn… Tja, daar gaan anderen over. Het voordeel van samenwerking op basis van betrouwbaarheid is dat ons gedrag heel erg voorspelbaar is, het nadeel is dat de samenwerking niet kan reageren op het onverwachte.  Betrouwbaarheid vergt maar een beperkte mate van volwassenheid en loyaliteit. Samenwerking op basis van betrouwbaarheid werkt prima als een bepaalde situatie heel erg vaak voorkomt en steeds weer min of meer hetzelfde. Dan kunnen we door die betrouwbaarheid een relatief hoge kwaliteit bereiken tegen relatief lage kosten.

In Europa komen we natuurlijk een heleboel situaties voor die heel erg vaak voorkomen. dan is het een goed idee om daar duidelijke concrete afspraken over te hebben. Maar we moeten wel waakzaam zijn. Als de omstandigheden veranderen, moeten we misschien de afspraken aanpassen. Dat heeft niets te maken met gebrek aan leiderschap, slappe knieën of gebrek aan ruggengraat, maar alles met inzicht in de situatie.

9d Wantrouwen

Het gebruik van sancties, of ze nu positief of negatief zijn, gaat uit van onderling wantrouwen. Zonder sancties doet die ander toch niet wat hij moet doen. In de basis wantrouwen we elkaar, en we leggen ons ook nog eens bij dat wantrouwen neer.Met sancties moedigen we aan dat mensen voor hun eigen belang gaan. Contracten met boeteclausules moedigen aan om te rekenen: Wat is voor  mij het gunstigst, me aan de afspraak houden of de sanctie betalen? Of: De positieve sanctie (bonus/beloning) incasseren, omdat ik me aan de afspraak hou, ook al hebben we daar niks meer aan. Samenwerking op basis van wantrouwen gaat er van uit dat er geen enkele loyaliteit is en doet daar geen enkel beroep op. We lokken bij de ander een bepaald gedrag uit door dat gedrag te belonen of het tegengestelde te bestraffen. en dan maar hopen dat het werkt. Maar als we iets nog meer uitlokken dan dat gedrag, dan is het valsspelen. Samenwerking op basis van wantrouwen werkt prima als je elkaar één keer tegenkomt. Maar als je structureel zo met elkaar omgaat, krijg je vanzelf zo’n gruwelijke hekel aan elkaar dat de samenwerking helemaal instort. Samenwerking op basis van wantrouwen is de korste weg naar structurele ruzie.

In Europa hebben we slechte ervaringen met deze manier van doen. We stelden strenge meetbare eisen aan toetreding tot de muntunie. En we waren verbaasd toen bleek dat een aantal landen had valsgespeeld. Elke keer als we landen meetbare eisen opleggen en we daar forse sancties opleggen, wordt er valsgespeeld. Of de regels worden alsnog veranderd of er wordt net zo lang gerekend tot het goede antwoord er uit komt. We weten het, maar we blijven het doen. Dat kan en moet veel beter.

10 Kies

Al met al zijn er vier manieren om met elkaar samen te werken. Die vier manieren beginnen bij de drijfveren. Zonder een goed beeld van de drijfveren van iedereen in de samenwerking, kunnen we de samenwerking niet goed inrichten. Belangrijke vragen zijn elke keer weer:

  • Wat is het gewenste gedrag?
  • Wat zijn de drijfveren?
  • Hoe groot is de volwassenheid en de loyaliteit?
  • Kan ik de volwassenheid en de loyaliteit vergroten?
  • Wat is de beste manier om de samenwerking vorm te geven?

In Europa moeten we hetzelfde doen. Allereerst moeten we vaststellen wat het gewenste gedrag is. Als we daar uit zijn, moeten we een eerlijk inschatting maken: Hoe volwassen en hoe loyaal naar Europa zijn de betreffende landen? Wat zijn de drijfveren, hoe kunnen we landen overhalen tot het gewenste gedrag? Welke vorm van samenwerking heeft dan de beste kans. En wat is kansrijker: Verhoging van de volwassenheid en de loyaliteit, zodat ze misschien wel willen meewerken, of strenge sancties, zodat ze, bij gebleken gebrek aan loyaliteit, geheid gaan sjoemelen. Als we blijven sturen op wantrouwen, als we steeds maar weer (negatieve!) sancties gebruiken om bepaald gedrag te stimuleren, dan weten we een paar dingen heel zeker:

  • De ander gaat sjoemelen, waar dat maar mogelijk is. Dat dwingen we zelf af, en wees eerlijk, zo heeft de rest het ook steeds gedaan
  • Binnen de korste tijd krijgen we een ongelooflijke hekel aan elkaar
  • Als gevolg daarvan spat de Europese Unie vanzelf uit elkaar

Al die sancties, kortom, zijn niet de beste manier om de EU er bovenop te helpen. Tenzij het de bedoeling is dat die uit elkaar spat…

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: